We hebben vanavond weer een leerzaam programma. Het onderwerp is Cameravoering. De inleider is onze eigen ‘nestor van het bewegend beeld’ André van der Tuijn. Hij behandelt de drie belangrijke onderdelen bij het opnemen van beelden t.w.: Kadrering, Standpunten en Stabilisatie.
Allereerst komt aan de orde welke cameravoering belangrijk is. Je kan stellen dat cameravoering een verhaal zonder woorden is. Vervolgens wordt de kijker geleid naar wat belangrijk is. De kijker ervaart ook de emoties door de keuzes van de cameraman/vrouw. 

Bij Kadrering laat André zien hoe je een onderwerp binnen het beeld plaatst, het zogenaamde totaalshot. Een zogenaamd halftotaal brengt het onderwerp in beeld vanaf de knieën tot het hoofd. De oorsprong van deze kadrering ligt bij de vroegere western-films; om zowel het hoofd van de acteur als zijn revolver-holster te zien. Bij een mediumshot kadreren we vanaf de taille tot en met het hoofd, waarbij de focus ligt op de interactie, de lichaamstaal en de dialoog tussen personages. Bij een close-up, zoomt men in op het hoofd en de schouders van een persoon. Daarbij vervaagt de achtergrond. Hierdoor krijgen de emoties en de gezichtsuitdrukking van de persoon de volledige aandacht. Dan is er tenslotte nog het extreme close-up waardoor het shot een specifiek detail isoleert, zoals een oog in een gezicht óf een klein object, een insect bijvoorbeeld.

Bij kadrering kennen we de zogenaamde ‘Regel van derden’.  Je deelt het beeld gelijkmatig met twee horizontale en twee verticale lijnen. Je krijgt dan 9 even grote vakken. Belangrijke onderwerpen plaats je dan op de snijpunten of de lijnen. Het resultaat hiervan is dat je dan een rustiger beeld krijgt met een professionele uitstraling.
André gaat vervolgens over naar de “de Gulden snede’. Een duidelijk verschil met ‘De Regel van derden’. Bij de ‘Gulden snede’ zijn in tegenstelling tot ‘de Regel van derden’ de vlakken van verschillend formaat. Dat komt doordat de ‘Gulden snede’ gebaseerd is op een wiskundige berekening (Fibonacci was Italiaanse wiskundige – Red). Vervolgens gaat hij in zijn verhaal verder met onderwerpen als kijkruimte, loopruimte en hoofdruimte. Uiteraard zijn er naast deze regels ook uitzonderingen die deels gebaseerd zijn op creatieve vrijheid. Tijdens de inleiding krijgen de leden in de zaal van André ook een aantal opdrachten om uit te voeren met hun meegebrachte camera’s.  Camerastandpunt is het volgende onderwerp waarbij ook wordt aangegeven waarvoor ze dienen. Daarbij komen aan de orde: Ooghoogte, Laag standpunt (kickvorsperspectief), Hoog standpunt (vogelperspectief), Schuin standpunt (Dutch angle) , Over-the-schoulder, Point of View en  opnames vanaf de grond. Ook over dit onderwerp heeft André weer een oefening voor ‘de zaal’ in petto. Het laatste deel gaat over de verschillende camerabewegingen. Daarbij wordt ingegaan op Pan, Tilt, Tracking, Crane, Zoom, Handheld en Rotatie 360 graden. Tot slot vertelt André over de diverse mogelijkheden om stabiele beelden te krijgen. De aanwezigen leden bedanken hem met een hartelijk applaus. Al zal de informatie uit deze inleiding niet voor alle aanwezigen ‘compleet nieuw’ zijn, duidelijk werd wel dat veel leden erg enthousiast waren. De verslaggever proefde duidelijk dat er onder de aanwezigen veel belangstelling en behoefte is voor meer van dergelijke leerzame onderwerpen, die zeker ook voor nieuwe leden erg aantrekkelijk kunnen zijn. De uitgebreide presentatie staat binnenkort op de LVSL website.

Jos Duijnhoven