Vanavond ontvangt Filmclub LVSL een wel heel bijzondere gast: Jos Stelling. Jos, geboren in 1945 in Utrecht, regisseerde tussen 1974 en 2024 zo’n vijftien speelfilms. Meteen al met de eerste, ‘Mariken van Nieumeghen’ had hij zowel nationaal als internationaal (filmfestival in Cannes) succes. Deze film werd over een periode van twee jaar opgenomen in Buren, met zo’n achthonderd lokale amateuracteurs en figuranten, waaronder onze eigen Hans Flick. Zijn laatste film, het geheel in zwart/wit gedraaide ‘De dans van Natasja’,  was toevallig afgelopen zaterdag op televisie en blijkt in de aanloop naar deze avond ook door veel clubleden bekeken te zijn.
Jos heeft niets voorbereid en is gekomen om vragen van het publiek te beantwoorden, zoals hij zegt. Voor de pauze komen er dan ook vele vragen uit het publiek, een samenvatting daarvan volgt hieronder. Na de pauze worden er trailers en korte fragmenten van films van Jos vertoond, becommentarieerd door de regisseur zelf.

De eerste vraag komt van Henny Hartevelt, die vertelt dat hij mede door de films van Jos Stelling zelf is gaan filmen. Henny is een groot bewonderaar van Jos, die hij als zijn leermeester ziet. Henny wil graag weten hoe Jos de verhalen die hij verfilmt selecteert en waar die verhalen aan moeten voldoen. Jos verwijst naar ‘De Schepping van Adam’, de beroemde fresco van Michelangelo in de Sixtijnse Kapel in het Vaticaan, waar God met zijn rechterhand bijna de linkerhand van Adam aanraakt. Bijna. Jos: “In die tussenruimte spelen eigenlijk alle begrippen als haat, liefde, et cetera zich af; film (film is een Kunst) vult die ruimte in”. Bij het begin van een verhaal vraagt hij zich altijd af: “Wat zijn mijn polariteiten?” Bij ‘Mariken’ zijn dat een mooi meisje versus de duivel; in ‘De illusionist’ zie je twee epigonen in één karakter. Dus het verhaal begint met het zoeken naar polariteiten.
“Hebben de acteurs wel eens ruzie met elkaar” wordt gevraagd. “Nee, want het zijn professionals’, zegt Jos. Overigens vindt hij dat acteurs een zwaar overschat fenomeen zijn; zij staan in de spotlights, maar de regisseur is veel belangrijker. “Acteren is voor theaters, in film moet je ‘zijn’ en niet ‘acteren”, voegt hij daaraan toe. Daarop vertelt hij een anekdote over een film met een bevriend acteur uit België, die voor een film een ingewikkelde monoloog van negen minuten moest uitspreken tegenover een lege stoel, want de opnamen met de actrice op die stoel (Veerle Dobbelaere) werden een andere dag gedraaid. Zij moest alleen maar kijken, maar won daarmee een prijs als ‘beste actrice’.
“Film is jokken” vertelt Jos ons; en een goed acteur weet dat. Anekdote: In ‘De Wisselwachter’ zit een shot waarin de actrice moest huilen. Dat deed ze perfect, maar ”Huilen is makkelijk”, zegt Jos. Toen hij bezig was een nieuw shot voor te bereiden kwam ze naar hem toe en zei “Ik weet wel dat het makkelijk is, maar ik wil er wel voor bedankt worden”. Ze had gelijk: “Je geeft iets van jezelf weg” in zo’n shot.
Als kijker identificeer je je ook niet met de acteur/actrice, maar met de situatie.
Wim Hofman vraagt naar aanleiding van ‘De dans van Natasja: “De acteurs hebben wel heel weinig dialoog; kan niet iedereen dat?” Jos vertelt dat in het begin van de filmgeschiedenis de camera altijd stil stond, omdat je als kijker beweging niet zou begrijpen. Pas eind jaren dertig ging de camera bewegen; daardoor werden de acteurs meer naar achteren geduwd en werden de situatie en de camera belangrijker. Vooral de Italiaanse filmers waren hier heel belangrijk in. Personen in film werden ‘gewone mensen’ in plaats van ‘acteurs’.
Jos is bevriend met Zhang Yimou, waarmee hij samen in de jury zat bij een filmfestival in Moskou. Met hem heeft hij toen middels twee tolken het beste gesprek gehad wat hij ooit heeft gehad. Yimou vergeleek film met opera; wat de opera was in de negentiende eeuw werd film in de twintigste. “Je moet geen slachtoffer worden van je verhaal”, vertelde Zhang Jos. Bedenk: het libretto van een opera is hooguit een half A4-tje; je hebt exposé – ontwikkeling – plot. Het gaat niet om het verhaal, maar om de aria’s. In film is dat eigenlijk hetzelfde. Dat maakt teksten dus ook minder belangrijk: de beelden (de aria’s) moeten voor zich spreken. En iets ervan willen begrijpen is eigenlijk een raar fenomeen. “Ik geniet van muziek, maar hoef het niet te begrijpen”, zegt Jos. Dat geldt voor film ook. 
Leo van Aubel vraagt of ‘Daantje’ uit de film ‘De dans van Natasja’  Jos is. Jos vertelt dat hij inderdaad zeven jaar op een RK internaat heeft gezeten (“Maar nooit is misbruikt”). Iedere zondag werd daar een film gedraaid; van daaruit wilde Jos ook zelf films gaan maken “Ik heb alles te danken aan frater Victor”. Maar de film gaat eigenlijk over het verlangen naar vroeger van Daantje, nu hij ouder wordt. Hij vindt op spiritueel niveau zijn moeder terug in de film, zij op fysiek niveau haar thuis. Op een vraag waarom de film in zwart/wit is, antwoordt Jos dat de nostalgie het best gevangen kon worden in zwart/wit; kleur is te druk; zwart/wit raakt meer de kern. Maar films in zwart/wit werken niet op TV; en daardoor krijg je dat haast niet meer gefinancierd.
Op de vraag naar zijn voorbeelden als regisseur noemt Jos Bunuel, Kubrick, ‘de italianen’. Amarcord van Fellini is zijn all-time favoriete film. “Hoe vind je locaties als die winkel in ‘De dans van Natasja’’” vraagt Else van Laere. Jos zoekt de locaties samen met zijn art director (hij wekt al dertig jaar met dezelfde crew). Voor deze film vonden ze geschikte locaties in en om Leipzig. En dat ze zonder mensen in de straten konden filmen kwam door Covid. “Make of your obstacles a stepping stone” zegt hij daarover. Dat bij de overgang van Kleine Daan naar grote Daan een euromunt wordt opgeraapt was eigenlijk per ongeluk.
Henny vraagt over welke film hij het meest tevreden is (“Altijd de laatste”) en welke hij over zou willen doen (“De film over Rembrandt; ik had een leerling van Rembrandt als hoofdpersoon moeten nemen, niet Rembrandt zelf”).
In moderne films ergert Jos zich aan bijvoorbeeld jump-cuts (“Dat is lelijk en tegen de regels.”). Hij legt uit hoe hij zoiets oplost aan de hand van een scene uit ‘De Wisselwachter’: Johnny Kraaijkamp komt een kamer binnen, het is koud; Jos heeft toen bedacht om hem het parfum van een vrouw te laten ruiken. (Na de pauze wordt dit fragment ook vertoond.)
Op een vraag naar het schilderij in de kamer van Daantje (met daarop de freeze van het eind van de film) zegt Jos dat Daantje misschien wel wordt vermoord door iemand die hij zelf verzonnen heeft.
Leo vraagt nog naar de relatie van Jos met Rusland. Dat blijkt gekomen door een festival in St Petersburg, waar zijn in Nederland afgekraakte film ‘No trains, no planes’ een prijs won. Daar hadden ze zijn film wél begrepen: “Russen hebben een echte kijkcultuur”. Op zijn vraag aldaar wat Russen toch in al die iconen zien was het antwoord: “De emotie zit in de kijker, niet in de prent.” Jos heeft ook in Rusland les gegeven aan de filmacademie. Een Russische filmmaker die hem geïnspireerd heeft is  Aleksandr Sokoerov; met name de film ‘Russisan Ark’, die bestaat uit één ononderbroken shot van anderhalf uur.

Na de pauze zien we onder andere de trailer van ‘De dans van Natasja’, een teaser van ‘De Wisselwachter’ en een ingekorte versie van ‘De Wachtkamer’ (Gouden Roos in Montreux).
Henny laat een compilatie zien uit zijn film ‘Anouska’, waarmee hij als filmer begon en die eigenlijk een ode is aan de filmkunst van Jos Stelling.

Namens het publiek bedankt Leo van Aubel Jos voor zijn bezoek aan onze filmclub. Het was een mooie en leerzame avond.

Ruud Smeenk