Reportage maken: plan van aanpak

REPORTAGE MAKEN - Leidse Video en Smalfilm Liga (LVSL) 
Maandag 9 april 2018

Jullie vraag:
Plan van aanpak voor het maken van een reportage want op 21 april 2018 hebben jullie een Uitdag naar Blijdorp in Rotterdam. Er gaan 25 leden een korte film maken van een bepaald dier. Daaruit zouden dan 25 korte filmpjes van ongeveer 2 - 3 minuten voortkomen, die dan tot een grote estafettefilm worden gemonteerd. Dat zijn dus een soort korte reportages.

ALGEMEEN:

Hoe komt het toch dat kijkers vaak weg-zappen omdat een film niet boeit?
De kijker beslist al in de eerste paar minuten van de film of hij het de moeite waard vindt! Dus zorg altijd voor een sterke opening!

Maar hoe kun je je kijker blijven boeien???
Zorg voor voldoende INFORMATIE: de 5 W’s en zorg met name voor veel EMOTIE/BELEVING!
Dat laatste bereik je met name door de manier waarop je je camera inzet,
je camera-regie!
CAMERA-VOERING is het bedienen van de camera.
CAMERA-REGIE geeft sturing aan de cameravoering.
De camera-regie bepaalt de impact van de cameravoering op het geheel van de film.

Dat is een hele cursus op zich, daar ga ik vandaag heel summier op in.
Op de NOVA Website vind je alle info over mijn hele cursusaanbod.

VERTONEN:

“Passie op de plas” (04.17 min.)

  • Wat valt meteen op? ER ZIJN GEEN VROUWEN BIJ!
  • Wat heb je gezien?
  • Worden de 5 W’s + H ingelost: Wie, Wat, Waar, Waarom, Wanneer en Hoe?
  • Alleen visuele en auditieve INFORMATIE in deze film? Werkt dat?
  • Wie is de doelgroep?
  • Sommige mannen missen de begeleidende informatie en het verloop van de wedstrijd. Wie heeft er gewonnen?
  • Welke boodschap wil IK overbrengen? “Mannen en hun speeltje”! Fanatisme en plezier. Ik vind de wedstrijd totaal ondergeschikt. Ik ben een vrouw…
  • Hoe breng ik de boodschap over, de gekozen vorm? Chronologisch verslag van wat er gebeurt. Kop + Staart!
  • De muziek heb ik er onder gesmeerd, vond het wel passend qua sfeer maar verder niet over nagedacht. Voegt dus niks extra’s toe.
  • Is dit een reportage of een documentaire? De activiteit is ‘leading’. Ik neem geen stelling. Ik registreer wat er gebeurt. Het is een reportage.
  • Door mijn camera-regie probeer ik met name emotie over te brengen, is dat gelukt?

THEORIE:

Er zijn boeken vol geschreven over de verschillen tussen documentaire en reportage, ik beperk me hier tot het gebruik van materiaal van een aantal bronnen o.a. van Johan van Kempen, jullie wel bekend van het boekje ”De draairichting” over het maken van een reportage en van Joost Schrickxs (filmmaker en docent bij Open Studio).

Ik heb ook eigen lesmateriaal ontwikkeld voor mijn leerlingen om hen houvast te geven bij het voorbereiden en realiseren van hun reportage, een van de opdrachten in het curriculum.

DEFINITIES:

De definities van reportage versus documentaire zijn aan verandering onderhevig. Zo’n 10 jaar geleden was bij IDFA nog veel gedoe over een bepaalde film (“Transit”) omdat sommige stukken ‘in scene gezet’ bleken te zijn en dat was not done/zelfs verboden.
Tegenwoordig kennen we ook het Docu Drama, waarbij heel bewust fictie gebruikt is om bepaalde elementen uit het verhaal vorm te geven.
En we kennen de “Mockumentary”.

Ik duid vanavond de begrippen als ‘EEN definitie’, niet als ‘DE definitie’.

REPORTAGE:

- in de reportage stel je als filmmaker het onderwerp centraal. Een activiteit die zich op een specifiek moment op een bepaalde plaats voordoet. Dit onderwerp bepaalt de inhoud, en ook in hoge mate de filmische vormgeving en de verhaalstructuur van de film.
- Een reportage kan betrekking hebben op een onderwerp met een tijdsverloop (een gebeurtenis of een reis) of op een onderwerp zonder tijdsverloop (een natuurgebied of andere bijzondere plek). Een portret van iemand heeft vaak wel een tijdsverloop, omdat immers de levensloop van iemand wordt geschetst. Maar de maker kan wel zelf bepalen hoe hij het materiaal ordent.
- een portret, blijft een reportage zolang je als maker volstaat met het weergeven van het leven van de geportretteerde.

DOCUMENTAIRE:

- in de documentaire geef je als filmmaker zelf richting aan vorm en opbouw, op basis van een eigen visie op het onderwerp. Het onderwerp wordt niet alleen maar gevolgd, het wordt door de maker onderzocht, uitgediept en in een breder kader gezet.
- Het wordt meer dan de presentatie van het onderwerp op zich. De maker ziet interessante thema’s in het onderwerp en probeert die met een eigen filmische vormgeving en verhaalstructuur bij de kijker tot leven te brengen.

Een reportage maken lijkt eenvoudig. Het is in elk geval het meest beoefende genre in de amateur filmwereld, denk b.v. aan reisfilms, natuurfilms .
In praktijk blijkt vaak hoe moeilijk het is om een boeiende en vooral interessante reportage te maken die de kijker blijft boeien. De reisgenoten vinden alles best maar als je een andere DOELGROEP hebt dan moet je van goeden huize komen om het aantrekkelijk te maken én te houden!

Hoe vaak wordt jullie niet gevraagd om verslag te doen van bepaalde activiteiten, gebeurtenissen die zich in Leiden of omgeving afspelen. Vaak zijn leden van filmclubs ook betrokken bij lokale of regionale omroepen.

Ik werkte op een middelbare school en ik werd heel vaak gevraagd om reportages te maken van diverse activiteiten. Daar was ik lang niet altijd blij mee ook omdat het uiteraard allemaal liefde werk oud papier was, naast mijn baan.
Maar het heeft me in de loop der jaren ook heel veel gebracht.
Ik heb heel veel ervaring op kunnen doen en ontdekt wat wél en niet werkt.
En ik heb ook heel vaak op eigen initiatief reportages gemaakt waar de directie dan heel blij mee was want dat gaf weer goede PR!

Dit is een reportage die ik op eigen initiatief gemaakt heb:

VERTONEN

“Goed van start” 2.22 minuten

- DOELGROEP?
- 5 W’s ingelost?
- Verhouding INFORMATIE ← → EMOTIE/BELEVING
- Waarom heb ik deze reportage gemaakt? Ouders geruststellen, zij zijn vaak zenuwachtiger dan hun kind bij de overstap naar de middelbare school.
- Deze reportage was bedoeld voor de eerste ouderavond, in de tweede schoolweek.
- Mijn boodschap: goede opvang van kinderen door hun mentoren, de kinderen kregen allerlei informatie en uitleg om hen op hun gemak te stellen, hoe zit je lesrooster in elkaar, hoe vind je je weg in het gebouw, waar is jouw kluisje, wie zijn de 4+ers die je om hulp kunt vragen, Dat is INFORMATIE
- Ik wilde met name de BELEVING/EMOTIE overbrengen aan de ouders, kijk maar, ze hebben ook lol!
- Ik wilde zo veel mogelijk kinderen in beeld brengen tijdens de activiteiten.
- VORM die ik gekozen heb: soort videoclip op 1 liedje, geen kinderen of docenten aan het woord gelaten, de beelden vertellen het verhaal.
- Wat valt op aan de camera-regie? Veel close ups, veel camerabewegingen en vaak camera dichtbij de actielijn.

Dat zijn allemaal bewuste keuzes die je vóóraf maakt.

Het is dus niet zo eenvoudig. En jullie gaan het jezelf ook niet makkelijk maken als jullie van alle korte filmpjes één reportage over Blijdorp willen maken. Hebben jullie van te voren afspraken gemaakt?
Daar komen we aan het eind van de avond op terug.

Welke Vorm kies je (ook afhankelijk van je DOELGROEP en het onderwerp):

- Kies je voor een hoofdpersoon in je reportage? B.v. de mandenvlechter op de markt voor oude ambachten.
- Kies je voor een interview van je hoofdpersoon? Laat je die dan in de interviewsetting spreken of gebruik je zijn stem als voice-over?
- Pas je HOOR- EN WEDERHOOR toe bij een journalistieke reportage voor b.v. de Lokale Omroep?

VERTONEN

“Ode aan de vrijwilligers Smederij” 2 minuten

Deze film bestaat bijne helemaal uit Close Ups, vooral in de opening. Je wordt als kijker heel nieuwsgierig omdat je het niet meteen kunt plaatsten.
Het klassieke ‘establishing shot’ komt pas later in de film en dat is eigenlijk het enige Totaal shot uit de film.
Er is gekozen voor een ‘Voice-over’, je hoort beide mannen wel praten maar hun uitspraken zie je niet in de interview setting. Ook niet op het einde waar beide heren schuin achter elkaar staan en ze recht in de camera kijken terwijl je hen hun naam hoort zeggen. Je ziet het ze echter niet op beeld zegen.. Door de focus pull weet je wie op dat moment aan het woord is.
De maker heeft een heel duideljike keuze gemaakt in de gekozen vorm.

Reportages maken wordt makkelijker naarmate je het vaker doet. Zal het in het begin vaak een REGISTRATIE zijn van wat zich vóór de lens afspeelt, naarmate je meer ervaring krijgt kun je anticiperen op wat gaat komen en dan kun je de actie instappen. Dat vraagt niet alleen LEF, het vraagt met name om CONTACT maken met de mensen die je in beeld brengt. Als je vóóraf met de mandenvlechter een gesprekje aanknoopt wat je bedoeling is en waarom je hem wilt filmen en dat hij het filmpje ook voor eigen promodoeleinden zou kunnen gebruiken, dan zal zijn uitstraling heel anders zijn dan wanneer je je ongevraagd opdringt en je je te veel in zijn ’persoonlijke ruimte’ begeeft waardoor hij op zijn minst geërgerd reageert. En dat zie je terug op beeld!

PLAN VOOR JE EIGEN FILM SCHRIJVEN

Mijn leerlingen zeiden dan: “Juf, ik zie het wel als ik daar ben”, of ‘Ik heb het helemaal in mijn hoofd hoe ik het ga aanpakken, ik hoef dat niet op papier te zetten”.

Waarop ik natuurlijk te berde bracht dat door er op zijn minst samen over te praten je eigen idee en plan ook steeds duidelijker wordt. Dat ‘sparren’, elkaar vragen stellen, levert een betere reportage op.

Doe dat ook vooral met je clubgenoten.

Plan van aanpak voor het maken van een reportage in het algemeen.

Uitgangspunt 

Boek “De Draairichting, het maken van een videoreportage”
van Johan van Kempen.

5 STAPPEN:

1. Voorbereiden: Wat ga ik doen?
2. Opzetten van de reportage
3. Opname fase
4. Samenstelling
5. Afronding

Stap 1: VOORBEREIDEN: Welk onderwerp?

Maak ‘n lijst van alle onderwerpen die je te binnen schieten. Schrijf achter elk onderwerp enkele plus- en minpunten. Maak je keuze!

N.B. Als je een journalistieke reportage wilt maken laat je dan niet alleen leiden door je eigen voorkeur, dat kan journalistieke objectiviteit in de weg staan.
Een onderwerp waar je weinig of niets van weet maar dat je interesseert, is uitdagend.

Stel jezelf vervolgens onderstaande vragen:

1. Waarom dit onderwerp? Wat heb je met dit onderwerp? Hier zit je betrokkenheid, je invalshoek.
2. Voor wie maak je de film? DOELGROEP? Hoeveel kennis is er al bij de kijker aanwezig? Dit bepaalt het zwaartepunt van je verhaal.
3. Als je kijker was, wat zou je willen zien? Welke beelden wil je zien/ maken? Waar zit hier je liefde? En wat laat je niet zien, ethiek!!!
4. Hoe trek je de aandacht van de kijker? (verrassen, afwisselen, provoceren, schokken, boeien)
5. Wat weet je van het onderwerp? Schrijf het op. En wat zijn je verwachtingen?.
6. Is er meer te weten te komen? Research!
7. Hoe ga je je verhaal ordenen?

ORDENINGSPRINCIPES:

a. Chronologisch (verleden, heden en toekomst)
b. Geografisch (hier en daar, Noord, Zuid, Oost, West)
c. Thematisch (opgesplitst in deelonderwerpen b.v. op deze school is naast rekenen en taal ook …….)
d. Methodisch (van stap tot stap b.v. Situatie nu / wat willen we/ randvoorwaarden/ hoe te bereiken/ te verwachten resultaten?
e. Didactisch (van makkelijk naar moeilijk)
f. Psychologisch (b.v. van het meest schokkende naar het minst)
g. Handelingsgericht (laten zien van een proces b.v. klompen maken)

Stap 2: OPZETTEN VAN DE REPORTAGE

Research plegen
Persberichten, boeken, internet, personen.
Pas het principe van Hoor ← → Wederhoor toe bij controversele onderwerpen!
Als je telefoontjes gaat plegen meld dan dat je in de researchfase zit en dat niet zeker is of je daadwerkelijk komt filmen. Informeer wel alvast wanneer er tijd zou zijn voor een interview.

Verdieping in het onderwerp
Beantwoord de 5 W’s: Wie, wat, waar, wanneer en waarom?

Blijf jezelf deze vragen stellen om b.v. goed te kunnen bepalen welke mensen je wilt gaan interviewen! Je bent altijd namens je toekomstige kijker aan het werk: wat zou men nu willen weten, waar is men nieuwsgierig naar? Snapt men waar het over gaat, kan ik hun interesse vasthouden?

Wie wil je interviewen? Of kies je voor alleen een BEELDVERHAAL?
Waar let je op bij je keuze?

Kan de persoon die je wilt interviewen:
- Een sterke eigen mening, persoonlijke ervaring of visie of emotie uitdragen die iets wezenlijks toevoegt aan de reportage?
- Tegenwicht bieden aan andere informatie?
- Zijn eigen persoonlijke mening uitdragen? Of is hij b.v. persvoorlichter?
- Unieke herinneringen en saillante anekdotes vertellen, naast de uiteraard relevante informatie?
- Kan hij helder, krachtig, sympathiek overkomen en zijn zenuwen in bedwang houden?

Vertelperspectief

Onpersoonlijk of persoonlijk?

Onpersoonlijk:
= zakelijk en houdt je als kijker ook vaak op afstand.
Als kijker ben je je niet bewust van de maker van de reportage. Je hoort meestal geen interviewer en de voice-over stem (indien aanwezig) zal feitelijk en zakelijk commentaar leveren dat niet in de ‘ik vorm’ geschreven is.
De wijze waarop de (eventuele) hoofdpersoon(en) wordt gefilmd is objectief, van buiten af. Geen Point-of-View shots (door de ogen van de hoofdpersoon).
Met dit onpersoonlijke vertelperspectief kun je makkelijk meerdere kanten van een zaak evenwichtig aan de orde laten komen. Er treedt geen maker op de voorgrond, de kijker kan zelf beoordelen.

Persoonlijk:
De kijker weet dat iemand ‘het verhaal’ vertelt. De ‘ik figuur’ neemt de kijker aan de hand mee. De hoofdpersoon(en) sturen de inhoud van het verhaal. De maker kan zich nog steeds terughoudend opstellen.
De maker kan ook zichzelf tot onderwerp maken! B.v. je maakt een reportage over een reünie van je middelbare school. Is het dan nog wel een objectieve weergave van de werkelijkheid?

Het vertelperspectief heeft gevolgen voor de inhoudelijke structuur van je reportage en voor de visuele stijl en cameraregie.

Invalshoek:

Je hebt al je research gedaan en je vertelperspectief (persoonlijk of onpersoonlijk) gekozen. Ga dan opzoek naar een verrassende invalshoek!

B.v. je onderwerp is de renovatie van een historisch pand. Niet beginnen met officiële heropening en dan terug in de tijd hoe het pand er uit zag en wat er gebeurd is om het op te knappen. Maar stel een van de vaklui centraal die aan renovatie gewerkt heeft (dat kan alleen als je het proces al ’n tijd gevolgd hebt). Of hoe heeft de buurtbewoner het ervaren. Blij dat de krakers er uit zijn? Overlast tijdens de werkzaamheden? Inspraak gehad bij nieuwe bestemming van het gebouw?
In dat geval kun je bij de officiële opening tussen het publiek gaan staan en met die beleving de plichtplegingen laten zien. Wat gebeurt er achter de schermen, wat doen ze met ongenode gasten?

Structuur aanbrengen

Je bent nog steeds niet aan filmen toe.
Eerst de opzet van je reportage uitwerken. Ga je verhaal onderverdelen in kleine eenheden van min of meer afgeronde gebeurtenissen of onderwerpen, hoofdstukjes.
Plaats de hoofdstukjes in een specifieke volgorde zodat de kijker straks geïnteresseerd raakt, geboeid blijft, verrast wordt en begrijpt wat jij wilt overbrengen.

1. Rechtlijnige (lineaire) opbouw:
Duidelijk begin, midden en einde. Meestal chronologisch, d.w.z. dat de gebeurtenissen elkaar opvolgen in tijd. Kan ook a-chronologisch met flash-backs of flash-forwards.
- in begin feiten aangeven, dan toewerken naar uitdieping van die feiten of de achtergrondgeschiedenis of sfeerschets van omstandigheden.
- In begin sfeerschets om kijker nieuwsgierig te maken en dan stap voor stap de gegevens invullen.
- Variant is de raamvertelling, een verhaal in een verhaal.


2. Delta-vormige opbouw:
Een aantal verhaallijnen, korte impressies van gebeurtenissen, handelingen, locaties of personen die allemaal iets met het onderwerp te maken hebben en die op een bepaald moment samenkomen. B.v. reportage over een cultureel festival. Diverse aspecten zoals organisatie, optredens, publiek en sponsors leiden uiteindelijk naar bepaald evenement.

3. Associatieve opbouw:
Zo’n reportage is minder gericht op overbrengen van informatie maar veel meer op overbrengen van een gevoel of sfeer. De actualiteit is niet de rode draad.
Een reportage over een natuurgebied kan associatief gestructureerd zijn door veel beeldrijm te gebruiken: het combineren van shots die een grote mate van gelijkenis hebben in vorm, ritme of beweging.

Vormgeving in beeld en geluid
Hier moet je van te voren goed over nadenken! Het is bepalend voor de manier waarop je de kijker aanspreekt en dat is afhankelijk van het vertelperspectief dat je gekozen hebt!!!
En vermijdt het ‘praatje met een plaatje’! Beeld is vele malen krachtiger dan geluid!

Denk na over:
- kadrering en cameravoering: rustig of dynamisch? Camera-regie!
- ensceneren of dramatiseren (=het door acteurs laten naspelen van gebeurtenissen): als doelbewust stijlmiddel óf als noodgreep.
- sommige shots móet je gewoon hebben. Cliché beelden beter vermijden en alternatieven bedenken.
- beeldspraak: symbolen en metaforen (zowel in beeld als geluid). Vermijdt ook hier de clichés!
- voorbereiden van beeldbewerking achteraf/ creatieve mogelijkheden om je reportage inhoudelijk sterker te maken! B.V. 1. reportage over jachtig leven van tweeverdieners met kinderen kun je versnelde beelden tonen van autoverkeer en wegbrengen en ophalen bij een crèche. Dus extra lange takes draaien om in montage te kunnen versnellen!
2.reportage over blind iemand laten beginnen met halve minuut zwart beeld met alleen voetstappen omgeven door chaotisch stadsverkeer. Dus goede audio-opnames maken op locatie!
- Muziek. Is er b.v. live te registreren geluid dat je in je montage zou kunnen gebruiken? Of ga je juist kiezen voor hele snelle muziek met veel accenten?

Interview vormen
Vraag je af of het noodzakelijk is om voor je reportage mensen te interviewen. Misschien kun je met alleen beelden het verhaal wel krachtiger vertellen!

3 stijlen:

1. Het voorgeprogrammeerde statische interview:
traditionele vorm met tegenshots van de interviewer en eventueel shots van beide personen tegelijk. Detailopnames van de persoon of van de locatie of van voorwerpen worden in de montage gebruikt als overgangen tussen quotes.

2. Het voorgeprogrammeerde dynamische interview:
vaak met schoudercamera gedraaid, geen tegen- of tussen shots nodig. De filmmaker stelt zich zo onzichtbaar mogelijk op.

3. Het spontane interview:
Meestal straatinterviews, maar ook na sportwedstrijden b.v.

Maak je keuze, welke stijl van interviewen past het best bij je reportage? Bij welke stijl voel je je het meest op je gemak? Ga je stijlen combineren?
Je keuze heeft consequenties voor de productie!

Voorlopige commentaartekst
Is commentaar gewenst/nodig of kun je volstaan met de interviews?
Misschien wil je alleen titels in beeld gebruiken om informatie over te brengen? Voor welk vertelperspectief heb je gekozen?

Schrijf een voorlopige commentaartekst op basis van de informatie die je al hebt! Laat je fantasie een beetje meespelen.
De Vlamingen zijn altijd ‘poetisch’ in hun commentaar, de Nederlanders veelal ‘zakelijk’. Wat zal de kijker eerder blijven boeien?

Human Interest
Hoe behandel je je onderwerp, hoe film je het en hoe portretteer je je onderwerp?
Uit die aanpak komt een bepaalde sfeer naar voren. Het verhaal wordt verteld vanuit een persoon en niet vanuit een instantie. Vooral EMOTIE/BELEVING en minder INFORMATIE

Bij een ‘nieuws’ aanpak is het uitgangspunt: de beslissing, de actie, de gebeurtenis of de oplossing.
De ‘Human Interest’ aanpak vertrekt vanuit een persoon wiens situatie of omgeving wordt geschetst. Daarna wordt stap voor stap naar een climax toegewerkt: oplossing, beslissing, actie of conflict.


Het scenario
Als voorbereiding op het maken van een reportage toch ook een scenario schrijven!
In het scenario geef je aan wat de kijker in beeld ziet en in geluid hoort!

wat liet ik mijn leerlingen schrijven?

HUISWERK voor mijn LEERLINGEN (soort van scenario schrijven)
In deze opdracht mochten ze geen gebruik maken van toegevoegd commentaar. Ze konden wel kiezen voor een reporter op beeld.
Ze mochten iemand interviewen maar ze moesten vooral op zoek gaan naar beelden om het verhaal te vertellen!

Werktitel film ………………………. (wees origineel!)

Je hebt al gemerkt dat interviewen niet zo simpel is. Een paar vragen stellen is niet zo moeilijk maar om iets meer te horen te krijgen dan oppervlakkige mededelingen (emotie i.p.v. informatie!!!) moet je erg doorvragen anders blijft het bij algemene uitspraken. Dan leren we de persoon niet echt kennen.
Je wilt te weten komen wat die persoon beweegt om dit (werk) te doen? Hoe is iemand in het vak terecht gekomen? En hoe pakt dat dan in praktijk uit? Is het allemaal wel zo leuk, interessant? Wat zijn de minder leuke kanten en hoe ga je daar dan mee om?
Wat zijn de mooiste én de naarste momenten. Vraag hem/haar om dat moment te beschrijven!
Ervaringen? Hoe kwam dat, wat was de aanleiding? Heeft dat gevolgen gehad voor iemands functioneren? Als die persoon het voor het zeggen had hoe zou de baan, de toekomst er uit zien? Vraag om een beschrijving (hoe ziet u dat vóór zich?)
Hoe is de balans tussen werk en privé leven? ETC.

Vul onderstaande tabellen nauwkeurig in. DENK IN BEELDEN, laat je beelden met name het verhaal vertellen! de kolom WAT ZIET DE KIJKER is wezenlijk!!!
Een visueel hoofdstuk bestaat minimaal uit 15 shots

INTRO FILM

SHOT
NR. LOCATIE KADER CAM.BEW. WAT ZIET DE KIJKER

1.
2.
3.
4.
5.


THEMA VISUEEL HOOFDSTUK NR. 1 (van 3) ……………………...

SHOT
NR. LOCATIE KADER CAM.BEW. WAT ZIET DE KIJKER

1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
14.
15.


INTERVIEW ONDERWERP 1 (van 3) …………………….................

LOCATIE: ……………………………………………………………………………..

ACHTERGROND: ……………………………………………………………………

KADER: ……………………..+ ……………………………. + ……………………..

VRAAG

1.

2.

3.

4.

5.


BEELDEN DIE DE QUOTES/UITSPRAKEN ILLUSTREREN

SHOT
NR. LOCATIE KADER CAM.BEW. WAT ZIET DE KIJKER

1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.


SLOT FILM

SHOT
NR. LOCATIE KADER CAM.BEW. WAT ZIET DE KIJKER

1.
2.
3.
4.
5.


Stap 3: DE OPNAMEFASE

Regisseren op locatie
Zorg dat iedereen op de hoogte is en weet wat er gaat/moet gebeuren. De eerste 5 minuten op de set zijn bepalend voor het verloop van de draaidag! Een slechte (ongeorganiseerde) eerste indruk zorgt voor veel tegenstand en problemen!

Cameraregie
De cameraregie is afhankelijk van de vorm die je kiest.

Als je achtergrondbeelden neemt b.v. als ‘plakshots’, bedenk dan dat niet overal een doorsnee van de bevolking loopt. Op de markt zie je andere types dan bij een onderwijsinstelling of fitnesscentrum.

Een interview afnemen
Spreek vooraf de bedoeling en je werkwijze door met de persoon(en) die je gaat interviewen.
Zet jezelf op scherp, evenals je crew en stel de gast op zijn gemak!
Hou je spiekbriefje met steekwoorden paraat maar luister vooral naar de antwoorden. Als je doorvraagt krijg je soms ‘cadeautjes’!

- Laat de gast de vraag in zijn antwoord verwerken, dat is nodig voor de montage.
- Stel één vraag tegelijk!
- Durf af en toe een stilte te laten vallen.
- Reageer niet hoorbaar op wat gezegd wordt. Knikken is prima. Houdt oogcontact.
- Stel open vragen, daarop krijg je meer te horen dan ja of nee.
- Met een suggestieve of emotionele vraagstelling begeef je je op glad ijs! De geïnterviewde kan het gevoel\krijgen dat hem een mening wordt opgedrongen.
- Vraag niet “Kunt u dat precies uitleggen” je krijgt dan vaak een ellenlange uitweiding.
- Indien nodig stel je de vraag nog een keer en je vertelt de gast dat hij dan veel beter uit de verf komt in de reportage.
- Let op het non-verbale gedrag van je gast! Heeft hij last van zenuwen, stel hem dan op zijn gemak. Voel aan of je een afstandelijke, geïnteresseerde houding moet hanteren of juist een familiaire houding om meer persoonlijke uitspraken los te krijgen. ‘Oude-jongens-onder-elkaar’ is ook niet de bedoeling, dan ben je voor de kijker te ver gegaan!

De rest van je opnamen
Film volgens je scenario de aanvullende opnamen zoals handelingen en acties van (hoofd)personen, processen waarbij iemand betrokken is, vergaderingen of gebouwen, voorwerpen etc.
Bovendien moet je misschien nog opnamen maken die als inserts over een quote gezet kunnen worden (archiefdocumenten, foto’s, affiches, onderzoeksdocumenten etc.). Dat duurt altijd langer dan je denkt, plan daar ruimschoots de tijd voor in! Blijf ook bij deze opnames je vertelperspectief en stijl van cameraregie trouw!

Kijk zo snel mogelijk opnamen terug! Heb je de namen van alle betrokkenen genoteerd? Zijn de vrijwaringsverklaringen ingevuld? Waar kun je mensen in noodgevallen bereiken?

Stap 4: DE SAMENSTELLING

Bekijken en beschrijven van de opnamen
Begin zo snel mogelijk met spotten: bekijk en beschrijf op bondige wijze wat je hebt gefilmd. Noteer direct welke takes op het eerste gezicht geschikt zijn om te gebruiken.
Werk met steekwoorden om beeld en geluid te beschrijven en noteer bij quotes in elk geval de eerste en de laatste woorden van het antwoord.

Het montagedraaiboek → PAPIEREN MONTAGE voor mijn leerlingen

De PAPIEREN MONTAGE m.b.v. gekleurde post-it velletjes.
Beelden omschrijven van elk hoofdstukje/thema + tijd noteren. Quotes interview uitschrijven en tijd noteren op andere kleur.En illustrerende shots weer op een andere kleur.
Per thema kleur veranderen om overzicht te krijgen.
Op tafel uitleggen in de volgorde die je denkt dat goed is. Ga dan kijken naar de afwisseling van beelden en quotes. Hoeveel ‘talking heads’ heb je? Klopt het om met dat bepaalde thema te beginnen, om de kijker bij de ‘kladden’ te grijpen? En wat is het slot van je film, want dat blijft het langst hangen?

Definitieve commentaar tekst als je daar voor kiest.
Het kan nuttig zijn de definitieve tekst te schrijven met degene die hem gaat inspreken.

Belangrijke aspecten bij het schrijven van de definitieve commentaar tekst:

a. Opbouw van de tekst:
- laat blokjes tekst niet langer duren dan 20 à 30 sec. Een tekstregel duurt gemiddeld 3 sec. om gelezen te worden, en bij elke 3 regels tel je een seconde op (in totaal dus 10 sec.).
- In de eerste zin zit meestal de belangrijkste informatie. Begin liever niet met een citaat omdat de allereerste woorden van een zin vaak verloren gaan.
- Doseer je informatie stap voor stap. Na een pakkend begin volgen interessante details die nieuwsgierig maken.
- Je mag in je tekst best belangrijke feiten herhalen maar doe dat niet te vaak en niet letterlijk zoals in een quote te horen is.
- Wees zuinig met cijfers en getallen en verduidelijk ze.

b. Taalgebruik:
- Gebruik spreektaal, geen schrijftaal!!!
- De tekst moet goed ‘bekken’ voor de inspreker.
- Maak zinnen niet te lang maar ook niet te kort dan krijg je een gehaast
ritme.
- Gebruik geen moeilijke of ‘deftige’ woorden, of afkortingen.
- Beeldspraken en gezegden kunnen oudbollige over komen.

c. Relatie Beeld en geluid:
Wat je in beeld laat zien hoef je niet te vertellen in tekst. De tekst moet aanvullend zijn. Zie voorbeelden blz. 68 – 69.
- Zet geen commentaar onder heftige, schokkende beelden, de aandacht van de mens wordt primair door het beeld getrokken.
- Gebruik bij moeilijke teksten dan ook duidelijke, heldere beelden.
- Tekst en beeld moeten geen verschillende informatie geven.
- Schrijf geen commentaarstem die halverwege de zin overgenomen wordt door een uitspraak van een geïnterviewde.

Monteren

Keuzes maken.
Als je je eigen reportage monteert kun je er het beste regelmatig iemand bijhalen die meekijkt!
Als maker zit je zo diep in je onderwerp dat je soms te veel dingen als bekend veronderstelt. De kijker ziet de reportage straks voor het eerst en moet meteen de strekking snappen, de inhoud kunnen volgen en de sfeer aanvoelen. Hij mist echter jouw voorkennis!!! Vandaar het extra paar ogen.

Ritme.
Een kijkend mens is erg gevoelig voor ritme! Een reportage die voortsukkelt in hetzelfde tempo wordt saai.
Wissel snelle segmenten (geschikt voor actie, humor, shockmomenten of verwarring) af met segmenten met een gemiddeld tempo (voor informatieoverdracht) en met rustige segmenten (voor adempauze, om sfeer op te bouwen, om informatie te laten bezinken). De afwisseling hiertussen bepaalt het ritme van je reportage.

Muziek.
De keuze van je muziek is heel bepalend voor je reportage!
Naast rechtenvrije muziek kun je ook speciaal muziek laten componeren. Een componist wil graag in de montagefase erbij betrokken worden. De kosten vallen vaak mee als je het vergelijkt met de prijzen van Buma/Stemra.

Factoren die een rol spelen bij de keuze van je muziek:
- je eigen voorkeur en je kennis van muziekstijlen
- de sfeer en intentie die je hoopt over te brengen
- de beschikbaarheid van bestaand materiaal
- de tijd die een componist tot zijn beschikking heeft
- de eventuele kosten
- het probleem van rechten

Zorg dat je iemand hebt die de geluidsbalans van je montage kan beoordelen. Dat voorkomt dat je muziek te hard klinkt ten opzichte van de commentaarstem b.v.

Stemkeuze.
Kijk naar de klankkleur van een stem en bepaal of je een mannen- of vrouwenstem wilt gebruiken. Welke sfeer past het beste bij je reportage.
Getrainde radiosprekers zijn niet altijd geschikt omdat ze gewend zijn met hun stem emoties en gevoelens aan te dikken.

Technische manipulatie.
Met de ‘trukendoos’ kun je tegenwoordig veel manipuleren. Wees daar spaarzaam mee.

Bepaalde ‘trucs’ kunnen echter wel effect hebben b.v.:
- vertragen van het beeld: om emoties te vergroten
- versnellen van het beeld: een komische noot of een poëtisch stijlmiddel, zoals snel samenpakkende wolken of ontluikende natuur.
- Werken met verschillende kaders in beeld: om meerdere acties tegelijk te tonen of verschillen tussen mensen en hun handelen.
- Toepassen van verschillende beeldkwaliteiten (VHS en H8) om onderscheid te maken tussen vroeger en nu (als oude amateurfilmpjes doen overkomen). Het is een dankbaar middel om verschillende tijdslagen in een verhaal aan te geven, om contrasten in sfeer over te brengen.

Ondanks dat deze ‘trucs’ ook als clichés bestempeld kunnen worden, ze zijn wel herkenbaar, iedereen snapt meteen wat je bedoelt te zeggen.

Stap 5: DE AFRONDING

Controleren en evalueren
- Lees alle titels in beeld na, goed gespeld, jaartallen correct?
- Aftiteling volledig, niemand vergeten?
- Balans stem-muziek? Staat muziek niet te hard?
- Muziekgegevens aangemeld bij Buma/Stamra?
- Rechten op beeldmateriaal derden geregeld?
- Wat doe je met het ruwe materiaal? Stel het niet beschikbaar, je raakt de controle over je eigen materiaal kwijt!
- Maak een aantal reserve kopieën en maak DVD’s voor mensen die hebben meegewerkt aan je reportage.
- Moet er een financiële verantwoording komen voor een opdrachtgever?
- Wie wil je met een kaartje, bloemetje of etentje bedanken?

HAMVRAAG BLIJFT:
Maar hoe kun je je kijker blijven boeien??? De balans tussen het overbrengen van INFORMATIE enerzijds en EMOTIE/BELEVING anderzijds is essentieel.
Zorg voor voldoende INFORMATIE: de 5 W’s en zorg met name voor veel EMOTIE/BELEVING! CAMERA-REGIE!

Dat vraagt niet alleen LEF, in de ACTIE stappen, het vraagt met name om CONTACT maken met de mensen die je in beeld brengt.

Toegespitst op Blijdorp, TAKEN VERDEELD???

Hebben jullie van te voren een keuze voor een bepaald dier gemaakt? Is afgesproken wie de openings- en slotopnamen maakt?
Welke afspraken zijn gemaakt over de inhoud? Is er gekozen voor een bepaalde vorm?
Neem je live geluid op? Maak je losse audiotracks?

VERTONEN “ZOO” van Bert Haanstra 11 minuten
Wat valt op aan deze film?
Verborgen camera’s, vanuit de dieren naar de toeschouwers en omgekeerd.
Thema’s gekozen in de montage
Muziek speciaal gecomponeerd door Pim Jacobs, verstekt de beelden.
Terugkerend gesprek tussen twee dames.
Jammer genoeg alleen live geluid op een paar momenten.

Bijlage
CHECKLIST CAMERA REGIE REPORTAGE:

NIET de ACTIE VOOR DE CAMERA bepaalt wat de kijker te zien krijgt, maar jij met je camera beslist wat je de kijker wilt laten zien!!! Maak CONTACT en heb LEF!

INFORMATIE overbrengen is op de rec. knop drukken en registreren = vastleggen wat er zich vóór de lens afspeelt, het tafereel, als in een theater = camera staat loodrecht op de actielijn.
EMOTIE overbrengen is in de actie stappen = camera staat zo dicht mogelijk bij de actielijn.

  • Neem de tijd om de situatie te ‘verkennen’, denk na over openings- en eindshots
  • KIES je HOOFDPERSOON
  • KIES na elk shot ander kader (nooit 2 Totalen achter elkaar, Close-ups kan wel) + andere plek waar je met de camera gaat staan, dan wordt het niet saai én op die manier kun je tijd overbruggen (bij een proces of handeling). Kwalitatieve découpage.
  • Ga regelmatig zo dicht mogelijk bij de actielijn staan met je camera, op die manier breng je meer betrokkenheid bij de kijker te weeg. Meer emotie dan informatie!
  • Zorg zo veel mogelijk dat je beide ogen kunt ‘lezen’ van de personen die je in beeld brengt. ‘En profil’ geeft minder betrokkenheid. Als jij ‘contact maakt’ met je hoofdpersoon dan breng je dat over aan de kijker dan hou je de kijker niet op afstand maar dan hou je hem betrokken bij je hoofdpersoon! Valkuil: jij staat te filmen terwijl de persoon zit. Ga dan ook zitten en breng de lens op ooghoogte van de persoon. Ga bij het filmen van kinderen door je knieën of zelfs op de grond zitten of liggen.
  • Maak niet te veel geïsoleerde shots (zgn. ‘Timboektoe shots’) maar liever Over Shoulders van beide personen (bij een dialoog b.v.) of van onderwerp naar persoon en vis versa (verbindende shots), dat geeft behalve meer beleving ook een soort ‘visueel’ bewijs van wie, wat en waar.
  • Gebruik camerabewegingen als ‘inlopen, rondlopen en meelopen’ om in de actie te bewegen, dat geeft dynamiek en meer beleving! NIET ZOOMEN!!!
  • Maar… begin en eindig elke camerabeweging in een stilstaand beeld (geen ‘tuinspuiten’), dat laat je keuzes in de montage!
  • Neem in elk geval het gezicht van je hoofdpersoon gedurende b.v. 2 minuten achter elkaar in Close op (op een neutraal moment in het proces), en ook van b.v. de handen die bezig zijn, of iemand die staat te kijken. Het werkt alleen als het zo close gefilmd wordt dat je niet ziet hoe ver je in het proces zit, je kunt ze dan op willekeurige plekken in je montage gebruiken.
  • Denk ook aan het maken van LOSSE shots van PUBLIEK dat staat te kijken (indien van toepassing).
  • Neem ook minimaal 3 – 4 minuten aaneengesloten het geluid op van de omgeving, zo neutraal mogelijk, geroezemoes, niet verstaanbaar gesprek of iets dergelijks. Zoek daarvoor een ‘rustige’ plek. Ook dit zul je goed kunnen gebruiken in de montage.
  • Als ergens muziek speelt neem dan in die omgeving in elk geval 2 liedjes helemaal op (audiotrack), ook dat is in je montage belangrijk. Let wel op dat je niet te dicht bij een orkestje of speaker staat want dan overstuurt de automaat van de cameramicrofoon.

Franka Stas

lvsl logo kleinLVSL clubavonden worden gehouden in: 
Buurtcentrum “Vogelvlucht”
Boshuizerlaan 5
2321 SG Leiden ZW. (Naast 5 meihal)