Verslag Workshop Licht 9/01/2017

Dit was de eerste avond van de workshop doe-avonden nieuwe opzet. De deelnemers werden in de grote zaal verdeeld in vier groepen van ca 15 personen. Ik had me voorgenomen deze avond mijn licht op te steken bij Arie en Quirin.

In de zaal op de eerste verdieping hadden Arie de Ridder, Quirin Calis en Marion Smit al het nodige opgesteld om ons meer over licht te vertellen en ons het een en ander te laten zien.

Arie begon het theoretische deel met te vertellen dat alles staat of valt met de juiste voorbereiding. Maak de juiste keuzes voor de film die je wilt maken was het devies. En moderne camera’s zijn zo gevoelig dat extra licht vaak nutteloos is. Waarom zijn we dan hier?

  • Door het verhogen van de filmgevoeligheid van de camera ontstaat meer ruis in de film. Om dat te voorkomen is meer licht nodig.
  • De kleurtemperatuur kan op de camera’s worden ingesteld.
  • In het montageprogramma kan de belichting worden gecorrigeerd.

Het daglicht is veranderlijk:

  • Het weer kan verschillen.
  • Opkomende zon heeft andere kleuren dan ondergaande zon.
  • De intensiteit van zonlicht wisselt.
  • De richting verandert (schaduw).

Kunstlicht heeft die problemen niet. De intensiteit en kleur zijn regelbaar.

Waar moet je rekening mee houden?

  • Primaire lichtbronnen: zon / lampen.
  • Secundaire lichtbron: reflectie, refractie en transparantie.
Componenten van het licht:
  • Warmte (infra rood)
  • Zichtbare licht (kleurenspectrum van rood tot violet)
  • Ultra violet (UV)

Het woord candela betekent kaars en een candela komt ongeveer overeen met de lichtsterkte van een gewone kaars.

De sterkte van het licht zoals het uit de lamp komt wordt uitgedrukt in lumen. De lumen is een maat voor de totale hoeveelheid zichtbaar licht die een lichtbron in alle richtingen uitstraalt. Dit moet niet verward worden met het Wattage of energiegebruik van een lamp.

De lux is een eenheid van verlichtingssterkte: 1 lux is de verlichtingssterkte voortgebracht door 1 candela op een oppervlak loodrecht op de lichtstralen op een afstand van 1 meter van de bron. De reflectie op een onderwerp wordt in lux gemeten. Dit neemt af met het kwadraat van de afstand.

De kleurtemperatuur wordt uitgedrukt in Kelvin (K). Het is de temperatuur van een gloeidraad of hete spijker met dezelfde kleurindruk als de lichtbron. De ogen van een mens corrigeren vaak automatisch voor verschillen in kleurtemperatuur bij verschillende lichtbronnen. Camera’s kunnen dat niet, en moeten hiervoor ingesteld worden. Dat kan met de witbalans. Daglicht heeft een kleurtemperatuur van ca. 5600K en kunstlicht heeft een kleurtemperatuur van ca. 3200K.

Kleurweergave is het vermogen van een lichtbron om nauwkeurig de kleuren van verlichte objecten weer te geven. De kleurweergave wordt aangegeven met de kleurweergave-index Ra of CRI (Color Rendering Index), een getal van 0 tot 100. De kleurweergave-index (CRI of Ra) is een maat die aangeeft hoe nauwkeurig de kleuren worden weergegeven van een kunstmatige lichtbron in vergelijking tot de kleurweergave van het daglicht. Hoe dichter de waarde in de buurt van 100 ligt, hoe dichter de weergave komt bij natuurlijk (zon)licht (of gloei of halogeen), zodat objecten er meer natuurlijk uitzien. De Ra van zonlicht is 100. Lagedruk natriumlampen van de straatverlichting hebben een Ra van 20-25. Tegenwoordige lampen kunnen een Ra van 98 hebben.

De kleurmenging met licht voor camera’s beeldschermen en projectoren wordt ook wel additieve kleurmenging genoemd. Dit gebeurt met de kleuren Rood, Groen en Blauw, ofwel RGB. De kleurmenging door schilders heet subtractieve kleurmenging.

De toepassing van LED verlichting groeit. Het energiegebruik is laag en de kwaliteit hoog. Arie geeft ons mee dat LED verlichting de toekomst heeft. In ieder geval gaat de batterij van de voeding ook langer mee.

Na de pauze is de opstelling aangepast, en Quirin begint met een uitleg.

Er volgt een demonstratie van een driepunts verlichting met een hoofdlamp, een backlight, en een invullamp. Daarbij moet de camera worden ingesteld op kunstlicht (3200K). Bovendien is er de mogelijkheid aanvullend een zogenaamde “practical” te gebruiken, d.w.z. een lamp die in beeld is en meestal een andere kleurtemperatuur heeft. En onder Belgisch dimmen verstaat men het wegdraaien van de lamp.

Het gebruik van verschillende reflectoren wordt gedemonstreerd.

Ook het gebruik en effect van vele kleuren filters voor de lampen. Zo kan men bijvoorbeeld nachtopnames suggereren door kleur te verwijderen uit het licht, dit kan heel goed met één of bij voorkeur twee blauwe filters. Omdat je daardoor weer minder licht krijgt moet je daarvoor ook juist meer licht (met filters) gebruiken.

Met een Pola (Polaroid) filter kunnen reflecties worden verwijderd.

Een UV filter wordt vaak gebruikt om de cameralens te beschermen. In de bergen heeft een dergelijk filter het effect dat er een waas wordt verwijderd waardoor het beeld wat scherper is.

We hebben deze avond veel geleerd. Wanneer gebruiken we dit? Bij speelfilms, een bijzondere locatie of bij een interview.

Nico Schwering

lvsl logo kleinLVSL clubavonden worden gehouden in: 
Buurtcentrum “Vogelvlucht”
Boshuizerlaan 5
2321 SG Leiden ZW. (Naast 5 meihal)