Bob van der Houven en Voice-over

Verslag van 16 november 2015.

De avond begint met een aantal mededelingen van de voorzitter:

  • Op 30 november is het Cinefleur voorkeuze. “Er zijn al 1 films aangemeld.” Het publiek wordt uitgenodigd om nog meer films aan te melden op voorzitter@lvsl.nl.
  • De opnamen voor de film voor het regiofestival zijn afgelopen zaterdag vanwege het slechte weer niet doorgegaan. De voorzitter wijst erop dat deze LVSL-film wordt gemaakt door Henny Hartevelt. Omdat zich nog niet zoveel leden hun medewerking hebben toegezegd wordt gevraagd om zich alsnog aan te melden bij hhartevelt@gmail.com. Het kan nog.
  • Verder wordt door Ross Walker gewerkt aan de speelfilm ‘Purgatorium’. Onze club mag meedoen omdat we hebben geholpen met de subsidieaanvraag. Zondag 29 november is een casting. Wij mogen dit vastleggen met 1 camera. Aanmelden daarvoor bij Pim of André.
  • De organisatie “Jij maakt het mee” die betrokken was bij de financiering van Ross Walkers film houdt op 11 december een middag om mensen te informeren over hoe ze werken. André beveelt dit aan voor filmers van onze club. Opgeven kan via een link in een e-mail, welke is te bevragen bij Pim Perquin. 

Bob van der Houven over Voice-over

Daarna is het de beurt aan Bob van der Houven. Hij begint te vertellen dat hij verbaasd is over het aantal toehoorders. Hij had vooraf gerekend op twaalf mensen, maar met enige overdrijving zegt hij: “deze 500 overtreft mijn verwachtingen”. Ik heb het niet kunnen tellen, maar ik denk dat er ongeveer 80 mensen aanwezig waren.

Over zichzelf zegt hij dat hij is opgeleid tot leraar Engels en dat vak heeft hij een aantal jaren uitgeoefend. Toen hij 22 jaar was is hij begonnen als voorlezer bij de Nederlandse Blindenbibliotheek. Dat werk heeft hij tien jaar gedaan. Aanvankelijk 28 uur per week, en later 20 uur per week.

Daarna heeft hij werk gevonden voor Europa TV, en via de toenmalige nieuwslezer Fred Emmer is hij in Hilversum beland. Daar heeft Bob gewerkt voor de E.O., als voice-over voor natuurfilms en Railaway, en ook voor School T.V. Hij heeft ook ontdekt dat er nog meer mogelijkheden zijn met een stem, zoals het stem-acteren voor tekenfilms. Ook is de stem van Bob te horen in veel TV reclames.

Theorie van het vak van Voice-over

Voice-over is eigenlijk niet een goede benaming. Feitelijk betekent het een stem over een stem. Vergelijkbaar met het nasynchroniseren zoals in Duitsland op TV gebruikelijk is. In Nederland wordt ook wel de term ‘commentaar’ gebruikt, maar dat dekt ook niet de lading. De Engelse term ‘narrator’, in de Nederlandse vertaling ‘verteller’, is een beter woord.


Foto's: Coby Haring

De voice-over in de film

  1. Laat de stem nooit vertellen wat je in beeld ziet. Vertel juist wat er in de filmbeelden ontbreekt.
  2. Verdeel de stem in blokjes over de film met een korte pauze ertussen. De stem komt, vertelt iets, daarna volgt een pauze en de stem zwijgt dan even, en even later komt de stem opnieuw. Die pauzeblokjes zijn ook belangrijk om de aandacht van de toeschouwer te blijven houden.
  3. Praat rustig, in een rustige cadans. Alles wat afleidt van de inhoud is per definitie verkeerd. Muziek moet de beelden ondersteunen, de vertelstem idem.
  4. De stem moet organisch opgaan in het filmverhaal. Gebruik een stem die niet irritant is. De stem moet ‘vanzelfsprekend’ zijn, dienend en bescheiden. Het is onderdeel van de vormgeving van de film, niet van de inhoud.
  5. Verdeel de tekst in compacte zinnen. Daarmee komt de verteller niet in ademnood. Lees de tekst vooraf een paar keer door, dat helpt de ademmomenten te kiezen, en de woorden die benadrukt moeten worden. Je kunt ook aantekeningen maken op de tekst. Bob gebruikt vaak boogjes die stukken tekst verbinden. Daarmee voorkom je hinderlijke onderbrekingen door ademhalen op de verkeerde momenten.
  6. Een goed script heeft een smalle tekstkolom (bladspiegel aanpassen). Dan hoeft het oog geen grote sprongen te maken over het papier.
  7. Gebruik gewone levendige taal, met eenvoudig taalgebruik.
  8. Vermijd clichés, die klinken truttig. Bob doet al 20 jaar werk voor de Nederlandse serie Railaway, en dat programma is niet geheel vrij van clichés. Soms kwam in een script voor een aflevering wel meerdere keren de tekst: “die adembenemende vergezichten” voor. Toen heeft Bob erop gewezen dat “zijn adem teveel werd benomen door de tekst” om het goed in te spreken, en werd de tekst aangepast.

Wanneer is een stem geschikt als voice-over voor een film?

  1. Geen zwaar dialect.
  2. Geen hoorbaar spraakgebrek.
  3. Egaal volume.
  4. Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN).
  5. Melodieuze voordracht (niet monotoon).
  6. Niet benadrukken wat je al weet.
  7. Inzicht in de grammatica. Hoofdzin en bijzin laten horen in de melodie.
  8. Waar de beelden voor zich spreken is geen tekst nodig.
  9. Vermijd vaktermen (jargon), tenzij dit voor een doelgroep is.
  10. Lees de tekst vooraf een paar keer door. Dan merk je dat niet alle teksten “lekker bekken”. Maak er dan spreektaal van.

Basistechnieken van het spreken

  1. Begin met ademhalen, en houd de mond een klein beetje open. De microfoons nemen alles op, zowel lipgeluid als ademhaling).
  2. Let op met eten en drinken, bijvoorbeeld van het drinken van melk wordt je mond plakkerig.
  3. Benadruk de goede lettergreep van een woord. In het online woordenboek van Van Dale staat de beklemtoonde lettergreep onderstreept.
  4. Een zin heeft in principe één piek.
  5. Indien er echter een tegenstelling in de zin voorkomt dan zijn er twee pieken. 6. Bepaal aan de hand van de inhoud van de boodschap het gevoel of de toon van de stem. Bij een vrolijk verhaal hoort een levendige toon, en bij een treurig bericht een trieste toon. Bij een programma als ‘Man bijt hond’ is de stem de presentatie, daar ligt het anders.
  6. Bij teksten met citaten erin moet men proberen met de stem een contrast te maken tussen de beschrijvende tekst en het citaat.
  7. Opsommingen moeten wat levendig gemaakt worden, zonder het te overdrijven. Bob zegt: “Doe het alsof je de ballen in de kerstboom hangt.”

Voorbeelden

Daarna worden voorbeelden van het werk van Bob getoond, en vertelt hij erbij hoe het tot stand kwam. Hij maakt onderscheid in voice-over voor reclamefilms en natuurdocumentaires. Bij de voice-over voor de commercial van Praxis werd zijn rustige stem gebruikt onder de natuurbeelden van de leeuwen (net als bij de natuurdocumentaires voor de E.O.), om dan plots de scherpe wending te maken naar: “Maar wij hebben de Praxis”. Bij sommige reclames is er veel tijd, maar soms moet een grote hoeveelheid tekst in zeer korte tijd verteld worden. Dan moet je snel inspreken. In de showreel van Bob komen ook voorbeelden voor van stem-acteren. Één typetje lijkt later gebruikt voor de stem in een tekenfilm. De verschillende stijlen bij de documentaires ontstaan door het aanvoelen van de sfeer van de tekst, bij een natuurfilm bloemrijk, en bij een oorlogsfilm zakelijk, strak, koud en kil. Voor het inspreken van de documentaires krijgt Bob de film te zien in de studio. Daarbij wordt een tijdcode getoond, zodat hij in de gelegenheid wordt gesteld om op tijd adem te halen.

Soms zijn de teksten die Bob worden voorgeschoteld onleesbaar. Een tekst die te letterlijk uit het Engels was vertaald is zo op zijn advies herschreven.

Bob geeft het publiek de gelegenheid tot het stellen van vragen

Sommige filmers geven er de voorkeur aan de tekst voor een film in één keer in te spreken, omdat de stem zou kunnen veranderen. Vaksprekers doen dit van nature goed.

Het kan helpen om de film vooraf te zien om de sfeer alvast te proeven.

Het mooiste is om een kousje voor de microfoon te gebruiken, dat laat meer klank door dan een plopkap. Een verteller kan ook zachter spreken dicht bij de microfoon om de sfeer te versterken, dit noemt men ‘close-miking’.

Bob doet ter plekke ook een imitatie van Philip Bloemendaals werk voor Polygoon journaal.

Diverse vrijwilligers uit de zaal krijgen de gelegenheid hun capaciteiten op voice-overgebied te tonen en de resultaten worden met de aanwezigen besproken.

Na afloop bedankt de voorzitter Bob van der Houven voor deze ontzettend leuke avond. Hij adviseert de toehoorders de tips van Bob in gedachten te houden als ze zelf van plan zijn om films te maken. Zelf zal André: “De ballen in de boom gaan hangen”.

Nico Schwering

lvsl logo kleinLVSL clubavonden worden gehouden in: 
Buurtcentrum “Vogelvlucht”
Boshuizerlaan 5
2321 SG Leiden ZW. (Naast 5 meihal)